De rechte deuropening is op zijn retour. Steeds meer huizen krijgen een boog, niet alleen in de hal, maar ook in spiegels, wandnissen en zelfs in de keuken. Het is een van die interieurtrends die eerst voorzichtig begint bij een paar spiegels op Instagram, en dan binnen een jaar overal opduikt: van de inloopkast tot de badkamerwand. En anders dan bij de ronde meubels die dit najaar je woonkamer overnemen, gaat het hier niet om losse items, maar om de vorm van de ruimte zelf.
Het mooie is dat je niet meteen een muur hoeft te slopen om mee te doen. Er zijn namiddelen genoeg om de boogvorm in je huis te krijgen, van een simpele spiegel tot een complete verbouwing. Hieronder lees je waarom de trend nu zo hard groeit, en hoe je hem toepast zonder dat je huis op een Pinterest-moodboard begint te lijken.
Waarom de boog het nu zo goed doet
De meeste deuren, ramen en nissen in Nederlandse huizen zijn recht, gewoon omdat dat goedkoper en makkelijker te bouwen is. Juist daardoor valt een boog meteen op. Het Britse interieurblad SheerLuxe sprak hierover met Dale Atkinson van Rosendale Design, die uitlegt dat een boog meer visuele interesse toevoegt dan een rechte opening, precies omdat de meeste ruimtes om je heen haaks zijn. Herhaal je de boogvorm op meerdere plekken in huis, dan ontstaat er volgens hem een soort ritme dat een ruimte rustiger laat aanvoelen.
Ook interieurontwerper Irene Gunter van Gunter & Co noemt de boog in gesprek met SheerLuxe een speelse, zachte vorm die juist in lange gangen goed werkt. Dat verklaart meteen waarom je de trend het vaakst terugziet bij hallen en overlopen: het zijn de plekken waar een boog het grootste verschil maakt voor het minste geld.
Een boogspiegel is de makkelijkste start
Wil je testen of de boogvorm iets voor jou is zonder gelijk te verbouwen? Begin met een spiegel. Een boogspiegel boven je dressoir of in de hal kost niets aan bouwwerk, en je kunt hem meteen weer weghalen als je er genoeg van hebt. Hang hem bij voorkeur tegenover een plek waar al een gebogen lijn zit, zoals een ronde salontafel of een wandtapijt met een organische vorm, zodat de vormen elkaar versterken in plaats van elkaar tegen te spreken.
Twijfel je over materiaal: een spiegel met een houten of gelakte metalen rand werkt in bijna elk interieur, terwijl een dikkere, gestucte boograam net iets architectonischer aanvoelt. Kies op basis van de rest van je kamer, niet op basis van wat er net viral gaat.
Een boognis geeft je muur net dat beetje extra
Een tweede, iets permanentere stap is een nis met een boogvorm in de muur, met een plankje erin voor boeken, planten of een geurkaars. Dit zie je steeds vaker terug in hallen die eerst alleen een kale muur hadden. Volgens Gunter kan zo'n nis op twee manieren worden afgewerkt: strak en modern door hem in de muur uit te zagen en te overpleisteren, of klassieker door hem te bekleden met hout en een architraaf. Voor de bekleding van de nis zelf raadt ze een stevig materiaal als terrazzo of marmer aan, dun porselein buigt niet mee met de ronde vorm en breekt sneller.
Deze nissen combineren goed met verlichting die je al als sculptuur in huis hebt gehangen, een klein lampje in de nis zelf maakt het verschil tussen een leeg hoekje en een echt onderdeel van je interieur.
Overweeg je een echte boogdeur, let dan op deze maten
Ga je verder dan spiegels en nissen en wil je een echte boogdeuropening, dan komt er net iets meer bij kijken dan bij een rechte deur. Gunter houdt een vaste ondergrens aan: een boogdeur moet minstens 2,5 meter hoog zijn en minimaal 80 centimeter breed, anders oogt de boog te gedrongen en voelt de doorgang onhandig. Een te brede boog zonder voldoende hoogte werkt averechts, dan lijkt de opening eerder plat dan elegant.
Dit is ook de reden waarom je een boogdeur het best laat bouwen op plekken waar mensen hem sowieso al zien aankomen, zoals de overgang tussen hal en woonkamer. Een boog ergens wegstoppen in een bijkeuken is zonde van het geld, de meerwaarde zit juist in het zichtbare effect.
Dit is hoe je voorkomt dat het overdreven wordt
De valkuil bij deze trend is dat je in één keer te veel bogen in huis zet, waardoor je woning eerder op een architectuurproject dan op een thuis begint te lijken. Kies daarom één of twee plekken waar de boog echt iets toevoegt, meestal de hal of de overgang naar de woonkamer, en laat de rest van je interieur rustig. Combineer de vorm met warme materialen zoals hout of natuursteen in plaats van met veel glans, dan blijft het zacht in plaats van opzichtig.
En heb je net je hal al omgetoverd tot een echte aankomstplek, dan is een boogspiegel of -nis precies de laatste laag die nog ontbrak. Begin klein, kijk hoe het voelt na een paar weken, en bouw pas daarna verder als je zeker weet dat de vorm bij je huis past.