Body

Je gezondheid tracken maakt je soms juist onrustiger

· 5 min leestijd

Je slaapscore staat op 82, je cyclusapp waarschuwt voor een energiedip en je horloge trilt omdat je nog twee glazen water moet drinken. Dat voelt als grip op je lijf, maar steeds meer vrouwen merken dat al die cijfers juist onrust geven in plaats van rust. De wellnessindustrie noemt dit zelf inmiddels een terugslag tegen overoptimalisatie, en de signalen daarvoor stapelen zich snel op.

Hoe vaker je checkt, hoe onrustiger je wordt

Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen onderzochten bij 85 deelnemers of het gebruik van een wearable samenhangt met gezondheidsangst. Wat opvalt: niet het specifieke cijfer dat iemand volgde maakte verschil, maar hoe vaak iemand checkte. Mensen die meerdere keren per dag naar hun slaapscore, hartslag of stappenteller keken, scoorden hoger op gezondheidsangst dan mensen die hetzelfde apparaat droegen maar minder vaak keken. Het onderzoek is klein, maar het patroon sluit aan bij wat artsen al langer zien bij patiënten die hun hartritme volgen na een diagnose: meten geeft op papier controle, maar voedt in de praktijk vooral de gedachte dat er iets mis kan gaan.

Zelfverbetering erkent nu zelf dat het doorslaat

Op Reddit ging onlangs een AskReddit-topic viraal met duizenden reacties op de vraag welke "gezonde" gewoontes mensen eigenlijk langzaam opbreken. Twee antwoorden stonden met afstand boven aan de lijst: zelfverbetering en koffie. De meest gestemde reactie noemde de constante drang om beter te worden "aanhoudend en nooit af", omdat je altijd een onbereikbare standaard blijft achtervolgen. Opvallend genoeg vond diezelfde persoon zelfverbetering nog steeds waardevol, zolang het doel realistisch bleef. Dat is precies het dilemma waar veel vrouwen nu tegenaan lopen: een winter arc die meestal al mislukt door een denkfout, een cyclusapp die je stemming voorspelt voordat je die zelf voelt, een ring die je slaap beoordeelt terwijl je net wakker bent.

Ook op TikTok zie je die omslag. Trends als cortisol face beloven dat je gezicht je stressniveau verraadt, maar dat is een mythe zonder medische basis. Het patroon is steeds hetzelfde: een vaag gezondheidssignaal wordt een concreet cijfer, en dat cijfer wordt vervolgens een nieuwe bron van zorgen.

Vrouwen volgen meer, en voelen het harder

Vrouwen tracken inmiddels niet alleen stappen en slaap, maar ook cyclus, vruchtbaarheid en overgangsklachten, onderwerpen waar lang weinig onderzoek naar is gedaan en waar apps nu in het gat springen. Dat is op zich goed nieuws: eindelijk taal en data voor klachten die vaak werden afgedaan als "vrouwendingen". Maar het verklaart ook waarom de druk om alles te meten bij vrouwen harder aankomt dan bij mannen. Een stappenteller is vrijblijvend, een cyclusapp die elke maand je stemming, energie en huid voorspelt voelt al snel als een oordeel over hoe goed je voor jezelf zorgt. Dezelfde dynamiek zie je bij voeding. Na de eiwithype is fibermaxxing de nieuwe vezeltrend en dat is op zichzelf prima advies, totdat het verandert in een dagelijkse rekensom die je stress geeft in plaats van energie. Eerst moest je genoeg eiwit halen, nu moet je ook nog je vezels tellen, en straks komt er ongetwijfeld een volgende voedingsstof bij die je "eigenlijk" ook moet bijhouden.

Dat is ook waarom deze trend zo hardnekkig is. Elke nieuwe wearable, app of voedingsregel belooft op zichzelf meer controle, maar bij elkaar opgeteld ontstaat juist een opeenstapeling van cijfers die allemaal om aandacht vragen. Je slaapscore, je cyclusdag, je stappen, je vezelinname en je waterinname kunnen prima naast elkaar bestaan op papier, maar niemand houdt vijf dashboards tegelijk bij zonder dat het op een gegeven moment voelt als een tweede banenlijst.

Wat experts zeggen over die piepende horloges

Een studie uit het Journal of the American Heart Association volgde patiënten met boezemfibrilleren en vond dat wie zijn hartritme bleef monitoren, juist angstiger werd over zijn gezondheid, niet geruster. National Geographic noemt dat een bekend effect: een tracker geeft schijnzekerheid, maar elke afwijking van "normaal" voelt daardoor meteen als een probleem. Onderzoekers noemen de bredere variant hiervan cyberchondrie, het compulsief opzoeken van gezondheidsinformatie totdat de zorgen groter worden dan de klacht zelf. Een recente analyse van 42 studies naar dit verschijnsel kwam uit op een percentage tussen de 30 en 56 procent van de ondervraagden dat in meer of mindere mate cyberchondrische trekjes vertoont, een stuk hoger dan de meeste mensen zouden verwachten. De gemene deler in al dat onderzoek is simpel: hoe meer je kijkt, hoe groter de kans dat je iets vindt om je zorgen over te maken, ook als er feitelijk niets veranderd is aan je gezondheid.

Dat maakt het verschil tussen meten en malen soms lastig te zien. Meten helpt als het een vraag beantwoordt die je al had. Malen is wanneer het dashboard de vraag zelf begint te stellen.

Dit doe je morgen anders met je cijfers

Je hoeft je ring of app niet weg te gooien, maar wel strenger te kiezen wat je ermee doet. Kies één cijfer dat je echt helpt, bijvoorbeeld je slaapduur, en negeer de rest van het dashboard. Bouw een dag per week in zonder scores checken, al is het maar tot de lunch. En stel bij elk getal dezelfde vraag: verandert dit iets aan wat ik vandaag doe, of kijk ik er alleen naar omdat het er nu eenmaal staat? Als het antwoord nee is, mag het scherm dicht. Je lichaam gaf je al signalen voordat er een app voor bestond, en die signalen zijn nog steeds de eerste die je mag vertrouwen.

P
Geschreven door Priya Sharma Food & health schrijver

Priya schrijft over food en gezondheid vanuit haar multiculturele achtergrond, waarbij de Indiase keuken van haar ouders en de Nederlandse nuchterheid van haar opvoeding in Den Haag samenkomen op het bord. Haar artikelen zitten vol met onverwachte combinaties die op papier niet zouden moeten werken maar in je mond een feestje zijn. Ze vindt dat eten niet alleen gezond maar ook lekker moet zijn, en weigert te schrijven over gerechten die ze zelf niet met plezier zou opeten. Haar keukenkastje bevat kruiden waarvan de meeste Nederlanders het bestaan niet kennen, en ze legt geduldig uit wat je ermee doet. Op haar vrije dagen experimenteert ze met fusionrecepten die haar oma zouden doen fronsen maar haar lezers doen watertanden.