Body

Iedereen heeft het opeens over haar bekkenbodem

· 6 min leestijd

Ergens lees je het opeens overal: vrouwen die hun bekkenbodem trainen alsof het een onontdekt orgaan is. In de podcasts van de zomer, bij de fysio waar je nooit eerder kwam, op TikTok tussen de skincare-routines door. Dat is niet toevallig. Een spier waar generaties vrouwen schaamtevol over zwegen, krijgt nu de aandacht die ze al lang verdiende. En dat verandert meer dan je zou denken.

Waar het over gaat als je het over je bekkenbodem hebt

De bekkenbodem is een laag spieren onderin je bekken, zo groot als een hand, die je blaas, baarmoeder en darmen op hun plek houdt. Hij werkt mee bij elke ademteug, elke keer dat je niest, elke keer dat je opstaat. Hij is daar dus altijd. Bij het lopen, het tillen van een zware tas, het opvangen van een buslading kinderen. Tot er iets misgaat. Dan merk je hem pas.

Klachten lopen uiteen. Een beetje urineverlies bij een nies of bij hardlopen. Pijn bij seks. Een vol gevoel onderin, alsof er iets wil zakken. Constipatie die niet weggaat. Pijn bij menstruatie die hardnekkiger is dan gemiddeld. Een terugkerende blaasontsteking zonder duidelijke aanleiding. Veel vrouwen zien het als iets bijkomstigs. Iets wat hoort bij ouder worden, bij na een bevalling, bij hardlopen, bij een drukke baan. Tot een fysiotherapeut of huisarts vraagt waarom ze er niets aan doen.

Waarom het taboe afbrokkelt

Tot voor kort werd er vrijwel nergens over gepraat. Niet in damesbladen, niet bij vriendinnen, niet eens in spreekkamers. Dat begint te kantelen. Volgens een artikel in de Cornell Chronicle doorbreekt een urologe in New York de stilte rond bekkenbodemproblemen, simpelweg door erover te beginnen. Een op de drie vrouwen heeft minstens een klacht. Bijna niemand zegt het hardop.

De redenen zijn niet ingewikkeld. Klachten worden gezien als typisch voor moeders. Of als iets voor "later". Of als iets om mee te leren leven. Tegelijk is medisch onderzoek decennialang ingericht op mannenlichamen, waardoor data over vrouwspecifieke klachten karig was. Wat nu gebeurt, is dat een nieuwe generatie vrouwen, geboren in een tijd waarin we wel openlijk praten over angst, hormonen en seksualiteit, ook hier de drempel verlaagt. Bekkenfysiotherapie zit niet meer alleen in de moederkindkliniek. Hij zit ook in de marathonkliniek, in de menopauze-app, in het gesprek tussen vriendinnen op een terras.

Wat kegels niet voor je doen

Kegeloefeningen, geintroduceerd door een Amerikaanse gynaecoloog in de jaren vijftig, zijn lang het enige antwoord geweest. Knijpen, vasthouden, loslaten. Voor sommige vrouwen werkt dat. Voor anderen maakt het de klachten erger. Wie een te gespannen bekkenbodem heeft, en dat is een onderschat probleem, traint zich met kegels juist vaster. Stress, langdurig zittend werk en intensief sporten kunnen die spanning veroorzaken zonder dat je het doorhebt. Je bekkenbodem doet wat je schouders doen na een lange werkdag: hij vergeet hoe hij moet ontspannen.

Wat de meeste online tutorials missen, is dat je je bekkenbodem niet alleen sterker, maar ook losser moet kunnen maken. Adem laag in je buik, voel hoe de bekkenbodem zachtjes meebeweegt naar beneden. Dat soort werk is fysieker dan een serie knijpoefeningen tijdens het wachten op de tram.

Wanneer een fysio het verschil maakt

Een bekkenfysiotherapeut is geen luxe en zit op de meeste plekken in de basisverzekering, zeker met een verwijzing van de huisarts. Het eerste consult is vooral praten. Wanneer is het begonnen, hoe vaak gebeurt het, wat is je werk, hoe ziet je sport eruit, hoe is je seksleven. Daarna volgt een onderzoek waarin de fysio voelt, eventueel inwendig, hoe je spieren werken. Niet sexy, wel snel duidelijk. Het Radboudumc legt het stap voor stap uit op hun pagina over bekkenbodemonderzoek, voor wie wil weten wat er gebeurt voor de afspraak.

De behandeling is vaak een combinatie. Ademtraining, ontspanningsoefeningen, soms biofeedback met een sensor die laat zien wat je doet, soms krachttraining voor specifieke spieren. Het duurt weken, soms maanden. Maar de resultaten zijn meetbaar: minder urineverlies, minder pijn, beter herstel na een bevalling, soms zelfs minder rugklachten. Een aantal vrouwen die krachttraining oppikten na hun dertigste ontdekt zo dat ze de basis verkeerd hadden: zonder bekkenbodemcontrole houdt geen squat zijn vorm.

De link met perimenopauze, sport en stress

Drie groepen melden zich nu vaker. Ten eerste vrouwen die in hun late dertig of veertig met perimenopauze te maken krijgen. Dalend oestrogeen verzwakt het bindweefsel rond de bekkenbodem, en klachten die jaren sluimerden, breken dan door. Ten tweede vrouwen die intensief sporten: hardlopen, CrossFit, zware tilworkouts. Hoge impact op een bekkenbodem die niet meebeweegt geeft op den duur incontinentie of verzakkingen. Ten derde vrouwen met chronische stress. Een continu aangespannen lichaam wordt vaak een continu aangespannen bekkenbodem.

Wat opvalt aan de huidige golf: vrouwen die net hun wellness stack hebben gedumpt zijn juist degenen die voor bekkenbodemwerk gaan. Geen pillen, geen apparaat, geen abonnement. Een fysio, een eigen lichaam, en de tijd om ernaar te luisteren. Dat is op zichzelf al een kleine cultuuromslag.

Wat je morgen anders doet

Begin niet met kegels. Begin met opmerken. Hoe zit je nu? Hou je je buik vast? Adem je hoog of laag? Doe een minuut diep ademhalen op je rug, knieen gebogen, een hand op je buik. Voel hoe de adem naar beneden zakt en voel of je bekkenbodem meebeweegt of vastzit. Dat is je nulmeting.

En als je iets herkent in dit verhaal, een beetje verlies bij een lachbui, pijn bij seks, een vol gevoel na een lange dag, vraag een verwijzing. Niet over een jaar, niet als het erger wordt. Nu. De spreekkamer is intussen de minst ongemakkelijke plek geworden om dit gesprek te voeren. Dat is misschien wel de echte trend.

P
Geschreven door Priya Sharma Food & health schrijver

Priya schrijft over food en gezondheid vanuit haar multiculturele achtergrond, waarbij de Indiase keuken van haar ouders en de Nederlandse nuchterheid van haar opvoeding in Den Haag samenkomen op het bord. Haar artikelen zitten vol met onverwachte combinaties die op papier niet zouden moeten werken maar in je mond een feestje zijn. Ze vindt dat eten niet alleen gezond maar ook lekker moet zijn, en weigert te schrijven over gerechten die ze zelf niet met plezier zou opeten. Haar keukenkastje bevat kruiden waarvan de meeste Nederlanders het bestaan niet kennen, en ze legt geduldig uit wat je ermee doet. Op haar vrije dagen experimenteert ze met fusionrecepten die haar oma zouden doen fronsen maar haar lezers doen watertanden.